Met de functie NIET kun je de uitkomst van een logische test omkeren.
Schrijfwijze formule
=NIET(logische_test)
Argumenten
| logische_test | Hier voer je de voorwaarde in waarvan je het resultaat wilt omkeren. |
Voorbeeld
Als een voorwaarde WAAR is, dan retourneert deze functie juist ONWAAR, en andersom.

De formule =NIET(A1>10) maakt gebruik van de vergelijkingsoperatoren groter dan ( > ) en bestaat uit het volgende argument:
- Logische test:
A1>10(de waarde in cel A1 is groter dan 10)
Cel A1 bevat de waarde ‘8’ en is dus niet groter dan 10. De logische test klopt dus niet, maar doordat de functie NIET deze uitkomst omkeert, is het resultaat WAAR.

En als we de waarde in cel A1 veranderen in ’15’ en de logische test dus eigenlijk waar is, retourneert Excel juist ONWAAR.
Je kunt bij deze functie maar één argument invoeren.
Wil je toch meerdere logische testen en daarvan de uitkomst omkeren, dan kun je deze functie combineren met de functies EN of OF.

In bovenstaand voorbeeld controleert de functie EN of de waarde in cel A1 groter is dan 10 en in cel B1 kleiner is dan 5.
Aangezien de waarde in cel B1 ’15’ is, is dit niet kleiner dan ‘5’. Normaal gesproken resulteert dit in ONWAAR, maar omdat de functie NIET er voor staat wordt de uitkomst omgekeerd en retourneert Excel WAAR.
Weet je nooit welke formule je nodig hebt
in Excel?
In mijn cursus leer je stap voor stap hoe je formules opbouwt en combineert. Alles wordt op een laagdrempelige en gestructureerde manier uitgelegd, met praktische voorbeelden en oefeningen.
Je ontdekt hoe formules echt werken, zodat je precies weet wat je moet invullen. Na de cursus kun je met vertrouwen zelf formules maken, van eenvoudige berekeningen tot meer complexe toepassingen.