10 functies om getallen af te ronden in Excel

Als je een getal hebt in Excel kan je in het lint eenvoudig bepalen of je meer of minder decimalen wilt.

Excel heeft echter ook meerdere functies waarmee je een getal kan afronden. In dit artikel licht ik er 10 toe.

1. Afronden

De schrijfwijze van de functie AFRONDEN is als volgt:

AFRONDEN(getal;aantal_decimalen)

Van de formules die in dit artikel worden toegelicht spreekt de functie AFRONDEN het meest voor zich. Je geeft bij het eerste argument een getal of celverwijzing aan en bij het tweede argument op hoeveel decimalen je dit wilt afronden.

2. Afronden boven

De schrijfwijze van de functie AFRONDEN.BOVEN is als volgt:

AFRONDEN.BOVEN(getal;significantie)

Met deze functie kan je een getal afronden naar een veelvoud. 

Kies je bij het argument signifacantie bijvoorbeeld voor 50, dan wordt het getal naar boven afgerond naar het eerst volgende veelvoud van 50.

65 wordt dan dus 100 en 210 wordt 250:

3. Afronden beneden 

AFRONDEN.BENEDEN werkt het zelfde als afronden boven. Bij deze functie wordt een getal naar beneden afgerond naar een gekozen veelvoud.

De schrijfwijze van de functie AFRONDEN.BENEDEN is als volgt:

AFRONDEN.BENEDEN(getal;significantie)

4. Afronden naar boven 

De functie AFRONDEN NAAR BOVEN lijkt bijna het zelfde als de eerste functie die in dit artikel is behandeld. 

Het verschil is dat deze functie een getal altijd naar boven afrond. 

De schrijfwijze van de functie AFRONDEN.NAAR.BOVEN is als volgt:

AFRONDEN.NAAR.BOVEN(getal;aantal-decimalen)

Bij het argument getal vul je een getal of celverwijzing in en bij het argument aantal-decimalen vul je in op hoeveel decimalen je het getal wilt afronden.

2,2428 wordt dus naar 2,3 afgerond in plaats van naar 2,2 zoals bij de functie AFRONDEN.

5. Afronden naar beneden 

Deze functie is het zelfde als de vorige functie, behalve dat nu ieder getal naar beneden wordt afgerond.

6. Integer

Met de functie INTEGER rondt Excel getallen naar beneden naar het eerst volgende gehele getal.

Deze functie heeft 1 argument en dat is het getal dat je wilt afronden. De schrijfwijze van deze functie is als volgt:

=INTEGER(getal)

Het eerst volgende gehele getal naar beneden met het getal 4,75 is dus 4.

In het artikel over leeftijd berekenen in Excel zie je een voorbeeld van hoe de functie INTEGER goed werkt in combinatie met andere functies.

7. Geheel

De functie GEHEEL is eigenlijk geen functie die getallen afrond. Deze functie haalt alleen een stuk van het getal af.

De schrijfwijze van deze functie is als volgt:

=GEHEEL(getal;[aantal-decimalen])

Bij het eerste argument vul je het getal in en bij het tweede argument hoeveel decimalen je wilt overhouden.

Er wordt dus niet gekeken naar wat er na de 4 komt in dit voorbeeld. 

8. Even

De functie EVEN rondt een getal af naar het eerst volgende even getal.

De schrijfwijze van deze functie is als volgt:

=EVEN(getal)

Het enige argument is dus het getal dat je wilt afronden.

9. Oneven

De functie ONEVEN werkt het zelfde als EVEN, behalve dat nu het getal natuurlijk naar het eerst volgende oneven getal wordt afgerond.

10. Afronden N Veelvoud

Met de functie AFRONDEN.N.VEELVOUD rondt Excel een getal af op een veelvoud dat het dichtst bij het getal ligt. 

De schrijfwijze van deze functie is als volgt:

=AFRONDEN.N.VEELVOUD(getal;veelvoud)

Er zijn dus 2 argumenten. Het eerste argument is het getal dat je wilt afronden. Bij het tweede argument vul je het veelvoud in waarop je het getal wilt afronden.

Kies je bijvoorbeeld voor het getal 27 en het veelvoud van 5, dan krijg je als resultaat 25:

Bij het getal 28 is het veelvoud van 5 die het dichtstbijzijnd is 30.

Ontwikkel je Excel vaardigheden met onze online Excel cursussen en haal meer uit Excel!

Plaats een reactie